Werken met een variabel ND-filter

Werken met een variabel ND-filter

Een variabel ND (neutral density) filter blokkeert een deel van het licht voor het je lens bereikt. Het 'variabel' in de naam geeft aan dat je de sterkte van het filter kunt aanpassen. Waar kan je zo'n filter voor gebruiken?

Wat een gewoon ND-filter doet, is makkelijk te begrijpen: het houdt een deel van het licht tegen. Hoeveel licht precies, hangt af van de sterkte van het filter en wordt uitgedrukt in de bekende ‘stops’, waarbij elke stop staat voor een halvering. Een 1 stopfilter laat de helft van het licht door, een 2 stopfilter laat een kwart van het licht door (de helft van de helft), een 3 stopfilter één achtste van het licht, en zo verder tot aan de zwaarste filters, die 10 stops of meer blokkeren.

Wil je flexibiliteit in hoeveel licht je blokkeert, dan moet je dus meerdere filters met verschillende sterkte in je fototas hebben zitten. Of je kiest voor een variabel ND-filter. Zo’n filter blokkeert ook het licht, met als grootste voordeel dat je zelf de sterkte van het effect kunt instellen. Een variabel ND-filter is opgebouwd uit twee polarisatiefilters die ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Door eraan te draaien, varieer je de sterkte van het filtereffect. Bij de meeste variabel ND-filters, zoals de 77mm Variable ND die we voor dit artikel gebruikten, gaat dat van 2 tot 8 stops. In gebruik zijn ze heel eenvoudig: je schroeft het variabel ND-filter gewoon voor de lens en draait eraan tot je de gewenste filtersterkte bereikt.

Lange sluitertijden
ND-filters worden ondermeer gebruikt om met lange sluitertijden te werken. Meestal wil je als fotograaf een sluitertijd die kort genoeg is om je onderwerp scherp op de foto te krijgen. Maar soms wil je een langere sluitertijd kiezen, bijvoorbeeld om water of wolken in beweging vast te leggen. Overdag heb je daarvoor een sterk filter nodig. In de ochtendschemering is een normale belichting bijvoorbeeld 1/30 seconde op diafragma f/11 en ISO 100. Met een variabel ND-filter op minimale sterkte (2 stops) wordt je sluitertijd 1/8 seconde, wat nog te lang is voor het gewenste effect. Draai je het filter echter naar de maximale filterkracht (8 stops), dan wordt je sluitertijd 8 seconden en krijg je het effect waarbij het wateroppervlak glad wordt. Door de sterkte van het filter te variëren, is het makkelijk om te experimenteren met verschillende sluitertijden.



Overigens; als je slecht ben in hoofdrekenen, zet dan een app op je smartphone die de nieuwe sluitertijd met filter voor je berekent. Zoek naar ‘long exposure calculator’ of ‘ND calculator’.





Flitsen met lange sluitertijd
Wanneer je flitslicht wilt gebruiken tijdens een portretshoot op locatie, ben je gebonden aan de maximale flitssynchronisatietijd van je camera – doorgaans tussen 1/160 en 1/250 seconde, afhankelijk van het type. Met kortere sluitertijden krijg je een zwarte streep op je foto, omdat de sluiter niet volledig open is wanneer de flits afgaat.

Op een zonnige dag betekenen die sluitertijden dat je met kleine diafragma’s moet werken, zoals f/11 of kleiner. Daar sta je dan met je lichtsterke portretlens met haar prachtige achtergrondonscherpte bij grote diafragma’s. Ook hier helpt een variabel ND-filter. Schroef het voor de lens, stel de flitssynchronisatietijd in als sluitertijd, en draai aan het ND-filter tot je een correcte belichting voor de omgeving hebt bij het diafragma dat je wilt gebruiken. Vervolgens richt je de flitsers op je onderwerp en stelt de gewenste flitskracht in. Het filter blokkeert natuurlijk ook een deel van het flitslicht, maar doordat je met een groter diafragma werkt, wordt dat gecompenseerd – evenveel flitslicht bereikt de sensor als wanneer je met een kleiner diafragma zou werken . Het grote diafragma zorgt ervoor bovendien voor dat je onderwerp mooi loskomt van de onscherpe achtergrond. Het voordeel van een variabel ND-filter hierbij is dat je heel snel kan inspelen op wisselende lichtomstandigheden, zoals een sluierwolk die even voor de zon trekt.


Je zou ook flitsers met high speed sync of hypersync kunnen gebruiken om de beperkingen van je flitssynchronisatietijd te omzeilen, maar je verliest daarbij veel flitskracht naarmate de sluitertijden hoger worden.






Video
Bij het filmen met manuele instellingen kies je je sluitertijd op basis van de framerate. De vuistregel is dat de sluitertijd het dubbele van de framerate moet bedragen – dus 1/50 seconde voor filmen met 25 frames per seconde, of 1/100 voor 50 fps. Bij kortere sluitertijden wordt beweging schokkerig weergegeven – bekend als het ‘Saving Private Ryan’-effect, een verwijzing naar de openingsscène van deze film, waarin dit effect zeer efficiënt wordt benut.

Je sluitertijd ligt dus vast, en mag tijdens de opname niet veranderen. Ook de gevoeligheid (ISO-waarde) blijft tijdens het filmen best constant. Bij fotograferen zou je dan nog het diafragma kunnen gebruiken om de belichting te controleren. Maar tenzij je een lens gebruikt waar het diafragma traploos ingesteld kan worden, krijg je abrupte helderheidsverschillen wanneer je tijdens het filmen het diafragma aanpast. En op zonnige dagen zal je sowieso met heel kleine diafragma’s moeten werken, wat voor een grote scherptediepte zorgt die je misschien helemaal niet wenst.



Ook hier biedt een ND-filter uitkomst. In professionele videocamera’s is er vaak zelfs een ingebouwd omdat het zo handig is. Als je regelmatig filmt met je reflex- of systeemcamera, krijg je met een variabel ND-filter de belichting perfect geregeld.

Praktijk
Op de sterkste stand blokkeert een variabel ND-filter veel licht, en daardoor worden de autofocus en de lichtmeting in je camera onbetrouwbaar. Je kunt het best de scherpstelling doen zonder het filter, of met het filter op de lichtste stand. Zodra je hebt scherpgesteld, schakel je de autofocus uit. Draai daarna niet aan de focusring op je lens want dan verandert de scherpstelling uiteraard.

Maak ook een testopname zonder filter om te zien welke instellingen voor sluitertijd, diafragma en gevoeligheid een correcte belichting opleveren. Zet de camera in manuele opnamestand, stel de gewenste gevoeligheid en diafragma in. Schroef nu het filter op de lens, stel de gewenste filterkracht in en kies de bijhorende sluitertijd (gebruik eventueel een smartphone-app om die te berekenen). Maak een testopname en gebruik het histogram om na te gaan of de belichting correct is. Pas desnoods de sluitertijd aan: maak de sluitertijd langer als de testopname onderbelicht was, maak de sluitertijd korter als de testopname overbelicht was.



Bij de zwaarste filtersterkte kan het gebeuren dat er een kruisvormige patroon in beeld verschijnt, doordat de twee polarisatiefilters interfereren. Draai dan even aan het filter tot de interferentie verdwijnt.

Artikel: Shoot