Hoe kies je een externe flitser?

Een externe flitser koop je in de eerste plaats omdat je de kop kan draaien.

De goedkopere modellen kunnen vaak maar 180 graden horizontaal draaien, 90 graden naar links en naar rechts. Ideaal is als je de flitskop ook gewoon achterstevoren kunt zetten. Zo kan je het flitslicht op jezelf terugkaatsen naar je onderwerp. Verticaal moet je de kop bij voorkeur rechtop kunnen zetten (90 graden), met een aantal tussenstapjes.
Fotografen die graag meten, zullen de gradenaanduidingen op de flitser tof vinden, maar wij doen het gewoon op het gevoel. Bij portretten kun je het licht schuin van boven laten komen door de flits op 45 graden verticaal te zetten, en dan het reflectiekaartje in de flitskop uit te schuiven.


Tweede gordijn

Met de meeste externe flitsers kan je op ‘tweede gordijn’ flitsen, zeker als je een flitser van je cameramerk gebruikt. Dat is een flitstechniek waarmee je een bewegend onderwerp niet bevriest. Je behoudt een gevoel van beweging door de flits te laten afgaan net voor de sluiter van de camera weer dichtgaat. Bewegende objecten krijgen dan een bewegingssliert achter zich.


Let op cameramerk

De meeste flitsers kunnen automatisch werken via TTL-lichtmeting (through the lens). De flitser stuurt een heel korte pre-flash uit, die door de cameralens op de ingebouwde lichtmeter van je camera valt en gebruikt wordt om de juiste hoeveelheid flitslicht te berekenen. Koop je een flitser van een ander merk dan je camera (bijvoorbeeld Metz), kies dan het juiste model voor jouw merk camera. Ook zal een flits in de automatische modus kunnen meezoomen als je je lens inzoomt. Het licht valt dan geconcentreerder op je onderwerp.


Het richtgetal

De kracht van een flitser wordt aangeduid door het richtgetal (guide number of GN). Hoe hoger het richtgetal, hoe krachtiger de flitser. Het richtgetal is gelijk aan het product van de afstand tot je object en de benodigde diafragmawaarde. Hoe sterker de flitser, hoe verder het object van de flitser mag staan. Omgekeerd, als je het richtgetal kent, en dat deelt door de afstand, ken je het diafragma dat je kunt gebruiken voor je flits.
Hoe duurder de flitser, hoe beter deze manueel instelbaar is. Je kunt dan de kracht zelf regelen, en dat is vooral handig als je hem via Pocket Wizards of via infrarood los van de camera wil aansturen. Op het lcd-schermpje van de flitser kun je dan een waarde instellen van full power (1/1) tot 1/128 (de zwakste stand bij de Canon 580 EX II).
Hoe meer tussenstops, hoe beter. Sommige goedkopere flitsers kun je maar tot 1/32 afzwakken, en dat levert vaak nog veel te fel licht op. Zeker als je een groot diafragma wil gebruiken (2.8 bijvoorbeeld) op je camera, dan flits je al snel alles plat, zonder enige nuance.
Omdat het omgevingslicht nog een rol moet spelen bij goede flitsfotografie, is het dus minstens even belangrijk om te weten wat de zwakste stand van je flitser is. Hoe sterk je flitser is, is alleen van tel als je hem gebruikt in een zonnige omgeving.

Controleer ook wat je flitser kan als je hem los van de camera wil gebruiken. Is er een infrarood-ontvanger? Die kan signalen opvangen van een andere flitser (op de camera) en zo van op afstand ingesteld worden. Goedkopere modellen werken met een lichtsensor die de flitser doet afgaan zodra er een flits gezien wordt.
Als je vaak in barre omstandigheden buiten fotografeert, dan check je het best of je flitser waterdicht is. Alleen de duurste modellen zijn weather-sealed. Let wel: een weerbestendige flitser is vrij overbodig als je camera en lens niet weerbestendig zijn.

Een extern powerpack laadt je flits sneller op.


Pc-connector

Zit er aan de zijkant van je flitser een pc-connector? Die heb je nodig als je je flitser wil gebruiken los van de camera, bijvoorbeeld op een statief dat je schuin tegenover je onderwerp plaatst. Je kunt dan met een lange kabel je flitser rechtstreeks aan de camera koppelen (zonder de hotshoe te gebruiken).
Je hebt de pc-connector ook nodig als je pocket wizards wil gebruiken, om de flitser op grote afstand te kunnen aansturen. Zorg ervoor dat de connectoren altijd goed afgedekt kunnen worden als je ze niet gebruikt. Anders kruipt er stof in, en werken ze niet goed meer.


Herlaadtijd

De herlaadtijd of recycle time van een flitser bepaalt hoe snel de flitser weer kan flitsen na een volledige ontlading. Voor de doorsnee fotograaf is een herlaadtijd van drie seconden meestal snel genoeg. Meestal zal je niet op volle kracht flitsen, en dan laadt de flitser sneller op.
Als je toch erg vaak na elkaar wil kunnen flitsen, check dan of je flitser beschikt over een high voltage-aansluiting. Daarmee kun je een externe batterij aansluiten. Die batterijen kun je bij cameramerken als Canon en Nikon zelf kopen, maar de meest professionele exemplaren vind je bij merken als Lumedyne of Quantum Instruments. Ideaal voor paparazzi!


Bouncen met kaartje

Details maken het verschil. Grote flitskoppen zijn interessant omdat je licht dan al iets beter gespreid uit de flitser komt. Soms is er een uitschuifbaar kaartje ingebouwd waarop je het flitslicht kunt bouncen als er geen plafond in de buurt is. Er zijn genoeg oplossingen apart te koop om te bouncen als er geen kaartje ingebouwd zit in je flitser, maar toch is dit de properste en de snelst bruikbare manier om te bouncen. Je kaartje zal ook niet vuil worden en je zult het ook niet kwijtraken.


De flitsschoen

Sommige reportageflitsers hebben een plastic flitsschoen in plaats van een metalen. En dat terwijl dat punt het meest breekbare is van de hele flitser. Flitsers van Godox zijn dan weer bekend om hun bracket. Je monteert de flits via een statiefschroef aan de zijkant van je camera.

Let ook op het gewicht van de flitser. Je kunt ook de duurste en zwaarste Canon-flitser gebruiken op de G11-compactcamera van Canon, maar je toestel zal dan compleet uit balans zijn.
Als je gebruik wil maken van de automatische instelmogelijkheden van een flitser, dan koop je in het ideale geval een flitser van hetzelfde merk als je camera.
Andere merken die flitsen maken, zoals Metz, hebben de codetaal die Nikon (CLS), Canon (E-TTL II) of Olympus gebruiken intussen ontcijferd. Ze kunnen daardoor nu ook communiceren met de camera’s van die merken. Soms werken echter niet alle functies. Het grote voordeel is dat die alternatieve flitsmerken fors goedkoper zijn.



Bron: Shoot